donderdag 24 februari 2011

bron:film: zo gaat het bij het klokkenhuis en zo maak je je eigen videfilm (doel: met kleuters een film maken)

Boek:P. Geelhoed.(2003).Zo gaat het bij het klokkenhuis en zo maak je je eigen videofilm. Lemniscaat.


KIJK ZEKER NAAR DE TIPS BIJ DE HOOFDSTUKKEN!

Hoofdstuk 1: de reportage: zelf aan de slag

Een goed idee voor een onderwerp.
à hfdst. 3 het idee
goede info
hfdst 4: onderzoek
opnameplek
hfdst4 Het onderzoek
camera
hoofdstuk 8 en  hfdst 9 de plaatjes
microfoon
hfdst 10 geluid
monteren
hfdst13 monteren

Hdfst 2: Drama : zelf aan de slag: maak je eigen speelfilm
-Wie of wat heb je nodig? Spelers, mensen voor achter de schermen,….
taakverdeling
à hoofdstuk 7: opnamedag
-goed idee
-camera en microfoon
-spelers
hfdt. 8: acteren
-decor
hfst. 15
-kostuums
hfst 16
-grime-> hfst 17

Hfst 3: op de redactie : zelf aan de slag: het idee voor script (bruikbaar bij kls, de eerste stap)
-beginnen met een goed idee,  kan je het goed filmen?
-rekening houden met haalbaarheid:

voor kls: kunnen we het uittekenen, kunnen we er materiaal voor knutselen/ decors voor maken: bestaande materialen die we kunnen gebruiken/ hoe kunnen we het knutselen,… 
kunnen er geluid bij voegen, kunnen we dit acteren (toneelspelen), kunnen we dit met figuren uitbeelden,…
-!!! kunnen we het verhaal op 1 locatie opnemen?  MAX 3.

Hfdst 4:zelf aan de slag: onderzoek:
-onderwerp:
info erover gaan zoeken: bib, internet,  tijdschriften, kranten, informatie mappen, personen,….
-je kan ook op locatiebezoek gaan en hiervan een researchverslag maken:
wat er over het onderwerp te vertellen is, wat er te zien is en wat je mag filmen.
film moet hebben: begin, midden, eind
KO is gespreksleider en moet ervoor zorgen dat het verhaal evolueert. De inhoud moet naar een probleemsituatie(spannend moment) groeien die opgelost kan worden.  (inleiding, midden slot)

Hfdst 5:zelf aan de slag: draaiboek/stroryboard: (voor kls de tweede stap:storyboard: tekeningen laten maken van elke scene en KO noteert er onder over wat het gaat/ wat ze moeten uitbeelden)
-Je hebt al punt per punt opgeschreven (idee) wat je gaat doen. 
-vb van een draaiboek: vel papier in het midden vouwen linksboven zet je beeld en rechtsboven geluid.
   alles wat de camera opneemt=beeld
   alles wat je moet, horen wat er gezegd moet worden= geluid
-draaiboek indelen in scènes: scene 1,…  (scènes niet te groot maken)
!!!bij het opnemen is het belangrijk dat je alle scènes in dezelfde locatie opneemt! (scènes apart opnemen).
!!bij de montage in goede volgorde zetten.
voordelen: een overzicht van wat al is opgenomen en wat niet.
                 montage: wat achter wat moet en waar welk stukje terug te vinden is.   
-storyboard=stripverhaal op papier van hoe je filmpje wordt. Onder elke tekening schrijf je wat er wordt gezegd of waar het tekening over gaat.

hfdst 6: zelf aan de slag: productie: afspraken maken (controleren tijdens opnamedag met kls)
-afspraken:
-op welke dag filmen?
-wat gaan we filmen?
-welke personen doen er mee?
-…
-benodigdheden/ attributen:decors, schmink, verkleedkleren, attributen,schmink,camera, statief,…
batterijen, verlengsnoer,…
-checken:  controleren of alles is geregeld of alle materiaal er is.(zie boven)

Hfdst 7: zelf aan de slag: opnamedag: de crew (toepasbaar met de kls als je gaat opnemen)
crew(opnameploeg) bestaat uit:
-regisseur: zorgt ervoor dat alles wat in het draaiboek staat wordt uigevoerd en opgenomen.
Geeft iedereen aanwijzingen, luistert naar het geluid en let of de camera goed opneemt.
-cameraman:  bedient de camera en zorgt ervoor dat alles mooi in beeld komt en goed wordt opgenomen. Luistert naar regisseur.
-geluidsman: als het geluid met externe microfonen worden opgenomen. Zorgt ervoor dat de micro altijd in de buurt is van het geluid dat opgenomen moet worden. Luistert achteraf of de geluiden er goed opstaan.
-lichtman: zorgt ervoor dat er genoeg licht aanwezig is.
-Reggie assistenten: zorgt ervoor dat iedereen en alles op het juiste moment en op de juiste plaats aanwezig zijn. Kijkt of de attributen aanwezig zijn. (materialen voor decors, attributen voor de acteurs,…)
-acteurs: zie ander hoofdstuk

in volgorde opnemen:
-kunt vaak niet opnemen in volgorde van je draaiboek. Je neemt de scènes in dezelfde locaties achter elkaar op=tijdsbesparing!
-als je een script hebt met veel verschillende locaties dan is het handig om een opnamevolgorde te maken.  In zo een volgorde zet je de scenes op dezelfde locaties bij elkaar
à tijdbesparend

zonnig of bewolkt:
-als het heel de dag zonnig is of bewolkt is het niet erg.
-wisselend bewolkt: niet zo mooi als je aan het filmen bent.

stilte op de set
-op de set= plek van opname. NIET TE VEEL SORENDE GELUIDEN UIT OMGEVING!!!
-als je luide geluiden hoort (brandweerwagen, politiewagen,vliegtuig,…) stop dan even met het opnemen en wacht tot het geluid verdwenen is. 

Hfdst 8: zelf aan de slag: opnamedag
De camera met zijn knopjes:
-scherpte of focus: scherpte instellen van het beeld
-belichting of diafragma: werkt als de iris van je oog. DIAFRAGM gaat dicht als er te veel licht binnenkomt en het gaat open als er te weinig is.
-witbalans: kleuren aan de omstandigheden aanpassen
-zoomknop: iets wat ver weg is naar je toe halen (beter er naartoe lopen en je camera uitgezoomd laten staan)
-tips: -nakijken als je iets gefilmd hebt
         -iets dat beweegt is leuker om te filmen


 

Hfdst 9: zelf aan de slag: camera posities (kls kunnen hiermee experimenteren)
het standpunt:
-veraf of dichtbij
-een laag camerastandpunt met lens schuin naar boven (kikkerperspectief)
à maakt het groter/ bedreigender
-hoog camerastandpunt: op alles neerkijken

beweging
-bewegende beelden=leuk
à je kan de ‘acteurs’ of ‘figuren’ laten bewegen
                                     
àje kan ook de camera laten bewegen (langzaam, snel,trillen, schokken,…)
pannen, tilten en tracken:
PAN= camera heen en weer bewegen
TILT: camera op en neer bewegen
tracken: met onderwerp meebewegen

tips:
-
camera stil houden of statief gebruiken
-beweging maken met camera
à oefenen
-voor het monteren=makkelijker: neem voor en na de scene iets langer
-als je op het opname knopje drukt duurt het nog enkele seconden voordat de camera opneemt. Tel na het indrukken tot 5 en roep dan ACTION!
-experimenteren met de verschillende camerastandpunten: hoog, laag, veraf,dichtbij, …

Hfdst 10: zelf aan de slag: geluid (dit kan de voorlaatste stap zijn voor het monteren als je met kleuters werkt)
sfeer
-geluid bepaald de sfeer van een film
-toevoegen van sfeermuziek en geluidseffecten doe je bij de montage.

het opnemen van geluid tijdens het draaien:
-camera op automatic: hier wordt beeld en geluid opgenomen. (achteraf terug beluisteren)
 soms zit er een knop op de camera waarmee je het geluid kunt instellen: ‘level-knop’.
-microfoons: bolmicrofoons= al het geluid in omgeving opnemen
                    richtmicrofoons:richten op de plek waar het geluid vandaan komt  
meeste camera’s hebben een bolmicrofoon: zo neem je altijd geluid op.
-geluidsman of vrouw: (zie hoofdstuk 7)
-tips:
-test voor je het geluid begint op te nemen: de geluidsterkte en regel het geluidsniveau
-bij sommige camera’s kan je een koptelefoon aansluiten zodat je het precieze geluid hoort.
-tijdens opnames: letten op luide geluiden: zoals vliegtuigen, brommers,…
-houdt de microfoon het dichts bij de geluidsbron
-in een stille ruimte moet je aparte geluiden opnemen
-LUISTEREN NAAR DE OPNAME VAN ELKE SCENE OF HET GELUID OP BAND STAAT!


Hfdst11: zelf aan de slag: licht (bij kls: tijdens de opnames hiermee rekening houden)
zon als lamp: de camera moet met de zon meedraaien
binnen:
-ook gebruik maken van bestaand licht.
(lampen,…)
            
-opletten voor: ruimtes met ramen waar veel licht van buiten naar binnen komtàtegenlicht
             -als je binnen filmt kan je best kiezen tussen kunstlicht of buitenlicht
             -opnemen met je rug naar de ramen toe


tips: (zie ook binnen)
-je kan een doorschijnend gekleurd papier voor een lamp hangen om het licht een kleur te geven

hfdst. 12:zelf aan de slag: presentatie: kijken naar jezelf (kan je gebruiken bij een babbelbox/ bij het uitspelen van een verhaal voor de camera,…)
jezelf zijn:
-geloofwaardig overkomen

je staat nooit voor gek:
-spontaan
-er mag zo goed las alles
-gevoel hebben: hier sta ik en wie doet me wat!
-als het misgaat probeer je nog eens

hoe vaker het over moet, hoe beter het wordt

hfdst. 13:zelf aan de slag: montage:  (dit doet de KO, eventueel kunnen de kls toekijken)
montage:
1) uitzoeken welke scènes je wil en je zoekt uit in welke volgorde je ze wil
2) Dan zet je de uitgekozen scènes in die volgorde naast elkaar.

spotten:
uitzoeken van de scènes en het bepalen van de volgorde(eindversie filmpje):
-noteer de stukjes die je wil gebruiken op een vel papier, waar de op de band staan  en hoeveel seconden het duurt.
-Als je klaar bent met ‘spotten’ ga je de stukjes nummeren in de volgorde zoals je wil.
(als je op de computer werkt kan je een aantal stappen overslaan omdat de PC dat voor je doet, van al je stukjes die je op je computer laadt maakt de pc. Automatisch een lijst met tijdsduur)

Beeld en geluid
camera heeft beeld en geluid tegelijk opgenomen, maar het zijn twee apart dingen.
Ze staan gescheiden op de band. Bij een montage hoef je ze niet allebei gelijk te gebruiken.

snel of langzaam
las= punt waarop je het ene beeld laat stoppen en het andere laat beginnen.
de snelheid van de lassen bepaalt voor een groot deel de sfeer en het ritme van het filmpje.
snel filmpje=veel lassen kort achter elkaar (wel erop letten dat ze het verhaal kunnen volgen)
sfeervol en spannend=weinig lassen met trage scènes

regels
springer=bij het monteren kan je een las maken die niet klopt.
vb. als de persoon in de eerste shot van links naar rechts loopt en in de volgende van rechts naar links.
je kan er een tussenschot zetten en het probleem is verhoipen.

techniek
Met een digitale camera:
het materiaal dat je hebt opgenomen in de computer laden en met een speciale software monteren.
windows moviemaker

principe
1) selecteer het materiaal
2) laat het materiaal in de computer als ‘clips’ (clips zijn stukjes beeldmateriaal)
3) zet de clips in volgorde op een tijdbalk ‘timeline’. Die timeline heeft een aantal sporen. Eén voor het beeld (video), één of meer voor het geluid (audio). Deze kan je los van elkaar monteren.
4) je kan de lassen(zie snel of langzaam) verschuiven (trimmen) of de lassen van effecten voorzien (crossen, wipen, bumpen, …)
5) je kan nog het beeld bewerken en digitale effecten toevoegen.
!!! inladen van bewegende beelden kost veel computergeheugen, selecteer materiaal goed! Je kan eerst op een lage resolutie monteren en de schots die je gebruikt in een hoge resolutie.

hfdst 15: zelf aan de slag: decor (Je kan dit samen met de kls maken)
Probeer met zo weinig mogelijk spullen het beste effect te bereiken. En maak nooit meer dan je bij het opnamen door de camera ziet.

achtergrond en voorgrond
-je kan de zelf de achtergronden schilderen op een oud laken, behangpapier,…
-ook op de vloer iets maken vb. een straat met tegels.
-attributen maken:  van karton een stuk van de zijkant van een tram met raampjes in + schilderen en zet deze in beeld voor de camera
-door voor -en achtergrond krijg je diepte en wordt het nog mooier.
-alles wat op de voorgrond staat is groter dan hetgeen dat op de achtergrond staat

regen, wind of sneeuw
scènes binnen opnemen: in een turnzaal.
-sneeuw: witte laken
à winterlandschap
               watten
Om het te laten sneeuwen: ga op een verhoog staan met een emmer ‘sneeuw’. Laat witte watten dwarrelen voor de camera.
-regen en wind: ga op een verhoog staan met een gieter met een grote sproeiknop. Giet water langzaam voor de camera uit. Wind: een ventilator gebruiken.
-brand: uit rood en oranje crêpe papier knip je lange stroken en plak die aan een stok. Laat iemand naast de camera de stok vasthouden met de linten voor de lens en zet de ventilator op.
-jungle: grote huisplanten bij elkaar zetten. Ze nat gieten. Hang er nepspinnen en slangen in.
-kasteelmuur: met kartonnen dozen die je bij de supermarkt haalt. Elke doos is een steen. Verf de voorkant van iedere doos met plakkaat –of waterverf bruin of roodbruin en bouwen maar. In zo een muur kan je ook een poort maken. Als je dan achter de poort van karton een nepmuur met ramen maakt is het of je door de poort naar het kasteel kijkt.
-circus
-storm op zee

rekwisieten
spullen
vbn: tafels, stoelen, lampen, vazen, servies,klokken, planten, beelen,…

hfdst 16:zelf aan de slag: kleding (in de klas is het makkelijk om met kostuums te werken)
Welke tijd

zelf maken
-uit de klerenkast of verkleedkist
-met weinig en simpel materiaal zoals: bril, jurk, hoedje, …
bij tips kan je de volgende ‘personages vinden om aan te kleden’: zwerver, deftige dame, pruik van WC-rollen, robot, paard,…

hfdst 17:zelf aan de slag: grime/ schmink (dit is ook zeker voor kls toepasbaar)
-schminkgerief
-in het boek komen de volgende personages aan bod: gemene vent en een jonge prins
-tips: zwerver, slechterik, buitenaards wezen, blauw plek, een snee, …

hfst 18: zelf aan de slag: acteren
iemand anders
-acteren= een rol spelen
-geloven dat je de rol bent

wie ben je?
-waar gaat het verhaal over?
-wat voor soort type is het personage?

Hoe speel je?
-hoe gedraagt je personage zicht?
-hoe beweegt het personage zich?
-inleven in persoon (gevoelens uitdrukken)
Teksten leren
-tekst uit het hoofd kennen
-tekst hardop lezen en veel herhalen
-in eigen woorden proberen te zeggen

repeteren:
-regelmatig met andere speler repeteren
-letten op tekst en hoe je je gedraagt als je deze zegt

acteren voor de camera
-toneel: hier word aan één stuk achter elkaar gespeeld van begin tot het einde
-film: hier word in korte stukjes gespeel(acteert) en nog in een ander volgorde dan het verloop van het verhaal (draaiboek/ storyboard)
-nauwkeurig lopen/ stappen binnen het beeld
-gebaren moet je klein houden en niet extra hard praten (niet overdrijven)

de baas= de regisseur

hfst 19: zelf aan de slag: opnamedag (dramafilm)
voorbereiding

locatie
- buitenopnames: zoek je plaatsen op waar je weinig last hebt van omgevingsgeluid.
- binnenlocatie: grote ruimte voor de opnames
à camera, decor, attributen, licht,…

niet fout maar toch nog een keer
-opnemen met 1 camera:  zal je hetzelfde stukje vaak twee of drie keer opgenomen moeten worden
à niet omdat het fout ging maar vanwege ‘de uitsnedes’ vb. 1st de scene in het hele decor opnemen en de 2e keer volg je de acteurs met de camera dichtbij (close). In de montage kun je die verschillende beelden door elkaar snijden.

continuïteit
-als de je scene twee keer draait met de bedoeling de beelden door elkaar te laten lopen, moet je letten op continuïteit! (alles tijdens de 2e opname moet hetzelfde zijn als de 1e )

stopverbod
-wat er gebeurd doorspelen en doorfilmen enkel als de regisseur stop roept wordt er gestopt!

terugkijken
Als de scene er op staat dan moet je meteen even terug kijken.
à zo kan je kijken of alles er goed opstaat en kan je fouten eruit halen.
Ook na het opnemen van het geluid doe je dit!

tip:
-drama opnemen kost veel tijd en als je het voor de eerste keer doet, meer tijd dan je denkt.
-maak een ruime planning!







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen