donderdag 24 februari 2011

bron voor film, beeld en geluid: Audiovisuele vorming bij 2,5 jarigen Ingebeeld of niet?

http://ingebeeld.jekino.be/ingebeeld1/media/eindwerk.pdf

Deze activiteiten vond ik interessant rond fototoestellen, camera's



Inleidend lesje: Hoe omgaan met een digitaal fototoestel, een filmcamera
Verloop:
De kennismaking met de toestellen moet niet in één les gebeuren. Je kan ze best
per lesje laten kennismaken met de toestellen.
Je legt aan de kleuters goed uit hoe het toestel werkt, je kan best een aantal
gekleurde stickertjes op de knoppen hangen die ze nodig hebben om te kunnen
filmen, te kunnen opnemen of om foto’s te maken.
Dit maakt het voor de kleuters iets makkelijker om de toestellen te kunnen
gebruiken.
Bij een filmcamera is het meestal een rode knop om te kunnen opnemen. Dat is de
belangrijkste knop die de kleuters moeten kennen.
Bij de fotocamera kan je ook een stickertje plakken op de knop om foto’s te
maken, dit is ook hier de belangrijkste knop die de kleuters moeten kennen.

Je geeft de kleuters bij ieder toestel de nodige uitleg. Als ze het toestel wat
kunnen hanteren, laat je ze experimenteren met de toestellen.
Je kan dan ook nadien de filmpjes die gemaakt zijn laten zien. Je kan een soort
bioscoopnamiddag houden.
De filmpjes kan je in het programma Windows movie maker, knippen en plakken.
Je kan er wat effecten aan toevoegen en een mooie titelpagina maken.

Fotocamera:
Wanneer je de kleuters een camera geeft, kan je best deze uitleg geven:
- Steek je handje door het touw dat aan de camera bevestigd is en trek dit
stevig aan (help de kleuters hiermee).
Zo zorg je ervoor dat de camera vasthangt aan hun arm.
- Hou de camera steeds met twee handen vast. Zorg ervoor dat je vinger niet
voor de lens zit.
- Zet je vinger al klaar op het knopje om foto’s te maken.
- Om foto’s te kunnen maken kijk je op het schermpje, zo zie je waarvan je
een foto trekt (de camera moet dus op het ‘fototoestel‘ staan).
- Wanneer je op schermpje ziet wat je wil vastleggen, druk je op het knopje
(bij sommige toestellen moet je het knopje langer inhouden, dit verschilt
van camera tot camera).

Filmcamera:
Wanneer je de kleuters een camera geeft, kan je best deze uitleg geven:
- Hang het lint van de camera rond je hals.
- Steek vier vingers van je rechterhand door het handvat, de duim laat je
erover zitten.
- Met de andere hand, hou je de camera ook nog vast (indien er geen statief
wordt gebruikt).
- Als er een statief wordt gebruikt, zijn bovenstaande stappen niet nodig.
- Doe het kapje van de lens.
- Om te kunnen filmen is maar één knop nodig, dit is (meestal) de rode knop.
Wanneer je op deze knop duwt, start het filmen. Om te stoppen met filmen,
druk je nogmaals op dezelfde knop.

Activiteit 2: Verschillende camerastandpunten
Verloop:
De leerkracht heeft een paar foto’s meegebracht, op die foto’s staan zowel
voorwerpen als mensen. Deze foto’s zijn vanuit verschillende camerastandpunten
gemaakt, de ene vanuit vogelperspectief, de andere vanuit kikkerperspectief en
natuurlijk ook gewone foto’s (recht vooruit getrokken).
De leerkracht laat de kleuters deze foto’s zien en vraagt wat er verschillend is
aan de foto’s. Om dit goed duidelijk te maken, is een persoon/een voorwerp
getrokken vanuit de drie verschillende perspectieven.
De leerkracht vraagt hen dan wie deze foto getrokken heeft: een vogel, een mens
of een kikker.
Ze krijgen drie handpoppen: de vogel, de kikker en een mens. Ze moeten de
bijpassende handpop bij het juiste perspectief omhoog steken.
Zelf aan het werk:

De kleuters mogen nu zelf aan het werk. De leerkracht geeft eerst uitleg aan de
kleuters hoe een camera werkt en hoe ze foto’s kunnen maken. Als het door
iedereen goed begrepen is, mogen ze in groepjes aan het werk. Ongeveer 2 à 3
kleuters per camera (de andere kleuters zijn bezig met hoekenwerk). De
leerkracht begeleidt de kleuters in het begin met het maken van de foto’s.

Wanneer de foto’s gemaakt zijn worden de foto’s bekeken op de laptop of
eventueel in het groot met behulp van een beamer.
De kleuters laten dan hun foto’s zien aan de rest van de klas en hierbij wordt ook
de opdracht gegeven om het perspectief van de foto’s te benoemen: vogel, mens
of kikker.
Hier kan ook gebruik gemaakt worden van de handpoppen, dit maakt het wat
speelser voor de kleuters.

Activiteit 1: Detail kijken (foto’s):
Verloop:
De leerkracht heeft een aantal foto’s van voorwerpen die van heel dichtbij zijn
getrokken. Foto’s van één detail van een voorwerp. Bijvoorbeeld: de oog van een
knuffel, een hoekje van de computer, een foto van het sleutelgat (van de deur),….
De voorwerpen komen uit de kleuterklas. En zijn dus door de kleuters gekend.
De leerkracht laat de foto’s zien en vraagt aan de kleuters of ze het voorwerp
waarvan de foto gemaakt is, herkennen. Als ze het herkennen, mogen ze in een
groepje (2 à 3 kleuters) het voorwerp gaan zoeken in de klas.
Zelf aan het werk:
De kleuters mogen nu zelf aan het werk. De leerkracht geeft eerst uitleg aan de
kleuters hoe een camera werkt en hoe ze foto’s kunnen maken (zie inleidend
lesje). Als het door iedereen goed begrepen is, mogen ze in groepjes aan het
werk. Ongeveer 2 à 3 kleuters per camera (de andere kleuters zijn bezig met
hoekenwerk). De leerkracht begeleidt de kleuters in het begin met het maken van
de foto’s. Wanneer de foto’s gemaakt zijn, worden de foto’s bekeken op de laptop
of eventueel in het groot met behulp van een beamer.
De kleuters proberen nu ook te herkennen waarvan de foto is genomen en gaan
het voorwerp zoeken.

Variaties:
Er kunnen heel wat variaties op deze activiteit gedaan worden, hi ervan enkele
voorbeelden:
- De activiteit kan ook buiten de klas gedaan worden, bijvoorbeeld foto’s maken
van voorwerpen die de kleuters vaak tegen komen op een bepaalde weg (naar de
eetzaal, naar de turnzaal,…).
- Men kan ook foto’s maken van lichaamsdelen, bijvoorbeeld een oog van een
kleuter, de voeten (schoenen), handen, bloes, broek,….

Activiteit 2: Welke muziek hoort erbij (bij een film maken gebruiken: geluiden)
Benodigdheden:
- Twee keer hetzelfde filmpje naar keuze, maar met andere muziek erbij
- Filmpje naar keuze zonder geluid (DVD)
- Muziekinstrumenten
- Alles wat maar geluid kan maken
- DVD- speler
- Televisie of een beamer en een groot wit doek
Verloop:
De leerkracht laat aan de kleuters twee keer dezelfde film zien, maar telkens
met andere muziek erbij. De ene keer is de muziek vrolijk en de andere keer is
het enge, droevige muziek.
De kleuters gaan zeggen welke muziek het beste past bij het filmfragment.
Bijvoorbeeld als het een filmfragment is waarop kleuters vrolijk aan spelen en aan
het lachen zijn, is het niet goed als er heel droevige muziek bij afgespeeld wordt.
De juiste oplossing wordt getoond aan de kleuters en wordt besproken, waarom
het nu juist die muziek is, hetgeen er allemaal gebeurt in het filmpje enz….
Zo kan het effect en het nut van muziek en geluid bij film besproken en
aangetoond worden aan de kleuters.
Zelf aan het werk:
De kleuters kunnen ook zelf, bij een stukje film zonder geluid, de bijhorende
muziek maken. Ze kunnen in groepjes werken, het ene groepje maakt twee soorten
muziek bij een filmfragment (blije en droevige/enge) en de andere groep moet
dan raden welke de juiste muziek is, die past bij de film.


Activiteit 2: Muziek bij film maken:
Benodigdheden:
- Filmpje naar keuze met geluid
- Filmpje naar keuze zonder geluid
- Muziekinstrumenten
- Alles wat maar geluid kan maken
- Opnamerecorder
- Tv of laptop om film af te spelen

De kleuters kunnen experimenteren met instrumentjes om het passende geluid te maken bij de
filmpjes. Ze beleven plezier met het passende geluid te zoeken.
Verloop:
De bedoeling van de activiteit is, om de kleuters het effect van geluid op film en
beelden duidelijk te maken. De rol die hierbij geluid heeft. Je laat de kleuters
een aantal filmfragmenten zien, waarin duidelijk het effect van geluid naar voor
komt.
Vervolgens laat je het filmpje zonder geluid afspelen. De film zonder geluid heeft
nu een heel ander effect. Je houdt een gesprekje met de kleuters welk effect
geluid heeft op beeldmateriaal.

Zelf aan het werk:
De kleuters mogen zelf geluid maken bij de geluidloze film. Er kan eerst even
geoefend worden. Daarna wordt het geluid dat de kleuters maken, opgenomen.
Ze moeten goed kijken, wanneer er welk geluid gemaakt moet worden. Vervolgens
wordt het opgenomen geluid afgespeeld samen met de film.

Voor deze activiteiten kunnen (teken)filmpjes naar keuze gebruikt worden. Je kan
de mute-knop dan aanzetten, als je de film afspeelt. De filmpjes van de doos
“INgeBEELD”, zijn hier ook bruikbaar voor.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen