donderdag 24 februari 2011

bron eindwerk: 2008-2009 audiovisueel werken met kleuters


Dit zijn activiteiten die ik wel interessant vond.

Videobewerking
Voor de videobewerking maken we gebruik van een erg eenvoudig
programma, Windows Movie Maker, dat standaard bij Windows geleverd
wordt.
Met dit programma kan je videobestanden bewerken, maar ook je eigen
film importeren van een videocamera. Je kan effecten en overgangen
toevoegen en ook muziek of geluid importeren. Je kan rechtstreeks je
eigen stem opnemen en invoegen. Ook kan je foto’s invoegen, zodat je
een presentatie of animatiefilm kan maken.
geluidbewerking
Om geluid op te nemen en/of te bewerken kan je Audacity gebruiken. Het
is een erg gebruiksvriendelijk programma waar je alle basisbewerkingen
mee kan uitvoeren. Met het programma kan je geluid opnemen van
bijvoorbeeld youtube of andere sites of je kan gesproken tekst opnemen
met behulp van een microfoon. Ook kan je WAV - of MP3- bestanden
importeren en bewerken. Je kan effecten toevoegen of simpelweg
bepaalde fragmenten uit het geluid knippen of plakken. Dit geluid kan je
opslaan als o.a. WAV of MP3.
Audacity kan je gratis downloaden. In bijlage 1 vind je een lijst met
software en waar je het kan vinden.

 Werken met de videocamera

Mogelijke afspraken:
- Wanneer je de camera vast hebt, wordt het lintje altijd rond de pols
gedaan.
- Er wordt niet gelopen met de camera in de hand.
- Om de beurt mogen kleuters hiermee werken, de camera kan maar door
één kleuter bediend worden.
- Wanneer je gedaan met filmen hebt, leg je de camera op zijn plaats.
- Enkel op de knopjes duwen die de leid(st)er gezegd heeft.
Wanneer je deze afspraken met de kleuters gemaakt hebt, kan je deze best
voldoende herhalen en jezelf hier ook aan houden.

Beschrijving Vooraleer men echt aan de slag kan gaan, kan de leid(st)er
samen met de kleuters best eerst experimenteren met de
videocamera. Dit gebeurt best telkens in een groep van een 5
tal kleuters, waardoor al de kleuters het principe kunnen
ontdekken. Je zet de camera op een statief of op een tafel en
richt deze op een ruimte waar plaats is om te bewegen. De
camera verbind je met de beamer. Deze laatste richt je op een
doek of op een andere muur, zodat het beeld van de camera
kan geprojecteerd worden. De camera loopt en kleuters
ontdekken hoe ze geprojecteerd kunnen worden op een muur.
Experimenteren maar!

Zorg ervoor dat de beamer en videocamera aanstaan
vooraleer je de kleuters gaat halen. Laat de kleuters het lokaal
binnen komen en vrij reageren op het opgestelde materiaal.
De kleuters gaan in het begin vooral aandacht aan de beamer
geven, geef hun niet direct de oplossing over hoe ze op het
scherm kunnen verschijnen. Door gerichte vragen te stellen
over wat ze al op het scherm zien, gaan de kleuters zelf
ontdekken hoe ze in beeld kunnen verschijnen. (Kijk eens wat
we hier in beeld zien, kan je dit ook terugvinden ergens
anders in de klas? Als je weet waar het staat, waar zou jij
dan moeten gaan staan om hier op het scherm te


verschijnen?) Wanneer de kleuters in beeld gaan verschijnen,
gaan ze automatisch de gekste bekken trekken en zot doen
voor de camera. Indien niet, kan je dit als leid(st)er altijd
stimuleren. (Amai, ... jij kijkt precies wel wat boos, zie ik hier
in beeld. Zo een grote lach daar in beeld. ... doet wel wat gek
voor de camera!)

Kern Wanneer de kleuters de relatie tussen de camera en beamer
ontdekt hebben, kan de leid(st)er meer gerichte opdrachten
gaan geven. Hierdoor gaan de kleuters moeten nadenken over
hun positie ten opzichte van de camera. Hierdoor werk je
automatisch ook extra aan het ruimtegevoel van de kleuters.
Mogelijke opdrachten kunnen zijn:
- De kleuters moeten ervoor zorgen dat enkel 5 handen in
beeld zijn. Er mag niets anders in beeld zijn en de kleuters
gaan zich zo moeten zetten rond de camera, dat dit niet in
beeld is en enkel de handen. Als leid(st)er ga je bij de eerste
opdracht goed moeten verwoorden wat er moet worden
veranderd aan datgene wat voor de lens staat. (Ik zou graag
enkel 5 handen in beeld zien. Op dit moment zie ik de hand
van ..., de hand van ..., maar ook de buik van... en ik wil
enkel 5 handen zien.)
- Een grote en een kleine kleuter in beeld hebben. Hierdoor
gaat één kleuter ver van de camera moeten afstaan en de
andere dicht bij. Het kan zijn dat kleuters dit uit zichzelf
zullen aanbrengen. Speel hier dan meteen op in en zoek
samen naar een verantwoording hoe dit nu komt, dat één
kleuter groter is in beeld, dan een andere. (Kijk eens, in
beeld lijkt ... veel kleiner dan ... Hoe zou dit komen? Wie is
er in het echt het grootste? En hoe komt het dan, dat we
soms erg klein zijn voor de camera?)
- Met al de kleuters in beeld zijn en niets anders mogen zien.
De kleuters gaan eerst dichtbij moeten komen en dan
telkens verder en verder achteruit stappen totdat iedereen in
beeld is en ze niets te veel zien. Dit gaat goed lukken nadat
je de vorige opdracht ook gegeven hebt. Dit is een leuke
afsluiter en betrek al de kleuters hier goed bij. Geef ook
inlichtingen over de dingen die nog niet in beeld zijn en je
wel graag in beeld zou zien. (Kijk eens, de benen van ... zijn
niet in beeld. Hoe zouden we ervoor kunnen zorgen dat alles
in beeld is? Moeten we dan meer naar voor of naar achter
stappen? Waarom moet je meer naar voor/achter stappen?)

Slot Zonder dat de kleuters dit weten, heb je alles gefilmd. Na het
hele experimenteren rond de videocamera, laat je de kleuters
rustig zitten en speel je het gefilmde materiaal af. Kleuters
vinden het erg leuk zichzelf nog eens in beeld te zien. Tijdens
het bekijken van de beelden, herhaal je nog eens hoe dat het
kwam dat één kleuter groter was dan de andere in beeld.

Varianten Laat de kleuters gerust ook eens gewoon met de camera door
de klas lopen. Je zal zien wat voor een leuke sfeerbeelden ze
maken. Ook wanneer je eens op uitstap gaat, mag je kleuters
dit eens laten filmen. Op deze opname zullen dingen staan,
die voor u als leid(st)er niet zijn opgevallen. De opname is
gemaakt door de ogen van een kind.

Tips en valkuilen
Laat kleuters vooral zelf eerst experimenteren en doen.
Kleuters vinden het al erg leuk om gewoon in beeld te zijn en
zot te doen voor de camera. Zeker wanneer ze deze opnames
achteraf terug bekijken liggen ze in een deuk van het lachen.
Let op, niet alle kleuters hebben de relatie tussen de beamer
en camera even vlug door. Geef hun gerichte tips of
opdrachten zodat ook zij dit zelf kunnen ontdekken. Door
vragen te stellen over wat ze al in beeld zien, gaan ze dit
stilaan wel door hebben

Experimenteren met het fototoestel
Beschrijving Kinderen vinden een fototoestel iets enorm fascinerend, maar
mogen hier meestal niet mee ‘spelen’ van hun ouders. Te
duur, te kostbaar en kinderen zijn bovendien onvoorzichtig.
Maar niets is minder waar, je moet kinderen leren zorgdragen
voor kostbaar materiaal en ze verantwoordelijkheid leren
dragen. Door goede afspraken te maken, loopt dit tot een
goed einde.
Kinderen hebben sowieso al oog voor detail, wanneer je met
hun op uitstap gaat, hebben ze alles gezien en gehoord. Als je
hun nu net dan eens een fototoestel geeft, wat voor beelden
moet je dan wel niet krijgen? Toch alleen maar prachtige
dingen... Leer de kleuters enkele dingen waar ze op moeten
letten en het kan alleen maar de kwaliteit van de foto’s
bevorderen. Foto’s door de ogen van de kinderen getrokken
zijn echt de moeite waard

Inleiding Vooraleer de kleuters aan de slag gaan, maakt de leid(st)er
duidelijke afspraken met de kleuters over het gebruik van het
fototoestel. Dan geeft de leid(st)er de kleuters het fototoestel
en laat ze even vrij experimenteren hiermee, nadat er gezegd
is op welke knop er moet gedrukt worden om een foto te
trekken. Indien kleuters moeilijkheden hebben om foto’s te
trekken, helpt de leid(st)er de kleuters. Tijdens het
experimenteren, kan de leid(st)er impulsen geven, zodat
kleuters al van iets bewust foto’s gaan trekken. (Waarvan wil
je een foto trekken? Hoe kunnen we dan het beste staan? Is
de foto mooi wanneer we hem van erg dichtbij trekken? Hoe
kunnen we ervoor zorgen dat we een mooie foto hebben als
we wat verder staan? Wat doet de zoomfunctie?)

Kern De kleuters weten nu hoe ze een eenvoudige, goede foto
kunnen trekken. Ze hebben ook al geëxperimenteerd met de
zoomfunctie.
De leid(st)er heeft op voorhand al verschillende foto’s van de
klas getrokken. De kleuters krijgen deze prenten en moeten
proberen identieke foto’s te trekken. Hierdoor moeten ze eerst
bekijken wat er allemaal op de foto staat en vanuit welk
standpunt de foto getrokken is. Eerst houdt de leid(st)er het
bij eenvoudige foto’s, waar kleuters enkel het materiaal juist
moeten zetten en kijken hoeveel er moet ingezoomd worden.
Daarna geeft de leid(st)er foto’s waar kleuters ook nog
moeten kijken vanuit welk standpunt de foto getrokken is, van
kikkerperspectief of vogelperspectief of gewoon perspectief.
Hier geeft de leid(st)er stimulerende impulsen wanneer de
kleuters er zelf niet uitraken. (Kijk eens goed wat er allemaal
op de foto staat, hebben we al deze materialen? Staan al de
materialen hetzelfde? Hoeveel mag je inzoomen, kijk maar
eens goed naar de randen op de foto, wat staat er nog net op
en wat niet? Van waar zou de foto getrokken zijn, misschien
moet je eens door je benen buigen. Hoe zouden we van hoog
een foto kunnen trekken?) Wanneer er telkens een foto
getrokken is, vergelijk je deze meteen met de originele foto.

Slot Kleuters kunnen deze foto’s ook zelf voor elkaar trekken. Eén
kleuter trekt stelt een compositie op en trekt vanuit een
bepaald perspectief een foto, de andere kleuter maakt deze
foto na.

Varianten Je kan ook van kleine dingen in de klas foto’s trekken die erg
zijn ingezoomd. Kleuters bespreken eerst wat het zou kunnen
zijn. Dan vertelt de leid(st)er dat deze dingen allemaal in de
klas zijn terug te vinden en moeten de kleuters deze dingen
Nieuwe media in de kleuterklas 55
dan gaan zoeken in de klas. Ook dit kunnen ze zelf voor
elkaar doen, zodat de andere het moet gaan zoeken.
Nu kleuters goed weten hoe ze foto’s kunnen trekken, kan je
elke uitstap het fototoestel meenemen en door kleuters foto’s
laten trekken. Zo kan je een stukje van het bos in de klas
brengen en wanneer deze afgedrukt worden, hebben kleuters
van elke uitstap een fotoboek.


Verhaal tekenen
Beschrijving Met de overheadprojector kan je vele kanten uit. Een manier
om muzisch te werken is door dingen te tekenen op de slides.
Het is nog leuker als je er een verhaal van maakt en tekent
terwijl het publiek kijkt!

Inleiding De leidster vertelt een eenvoudig verhaal waarbij ze
gemakkelijk prenten zelf kan tekenen. Je plaatst de
overheadprojector bij een witte muur of een wit doek en zorgt
dat alle kinderen dat wat geprojecteerd wordt kunnen zien.
Tijdens het vertellen van het verhaal, teken je aspecten van
het verhaal op de slides. Je kan enkele dingen al wel op
voorhand tekenen, maar het is leuker als er tijdens het
verhaal veel getekend wordt. Je kan verschillende nieuwe
slides gebruiken tijdens het verhaal.

Kern
Daarna mogen de kinderen zelf aan de slag gaan. Laat de
kleuters eerst de tekeningen op gewoon papier maken en
vervolgens als ze weten wat ze allemaal gaan tekenen,
mogen ze aan het werk met de slides. De non-permanente
stiften kan je eenvoudig afwassen met een beetje water.

Slot De kinderen kunnen hun verhaal vertellen en ondertussen
tekenen voor de anderen.

Varianten Je kan een verhaal voorlezen, zonder dat je er zelf bij
tekent. De figuren en slides zijn al op voorhand gemaakt en
je laat de kleuters achteraf het verhaal naspelen. Kleuters
kunnen zelf nog nieuwe figuren maken, die het verhaal
kunnen verrijken en zo het verhaal meer eigen.
Door verschillende figuren te maken, kan je ook leuke
beelden creëren. Hier maak je best als leidster eerst een
voorbeeld van, waardoor dat je toont aan kleuters hoe ze dit
kunnen maken. (een hoed, neus, ogen en mond en je hebt al
meteen een mannetje.) Doordat kleuters het voorbeeld zien,
gaan ze direct nieuwe voorwerpen maken. Door gerichte
impulsen kan de leid(st)er ervoor zorgen dat de creaties nog
gedetailleerder worden. (Amai, het mannetje kan al erg mooi
lachen, maar ik denk dat hij alleen nog niet kan horen? Hoe
zouden we dit kunnen oplossen?) Wanneer je zo figuren
hebt, kan je dit ook combineren met de schaduw van de
kleuters zelf. De kleuter gaat gewoon voor het doek staan
waarop geprojecteerd wordt. Op de plaat leg je een tekening
van een hoed die uitgeknipt is. En voila, de kleuter die zit,
heeft precies een hoed op.

Tips en valkuilen Je hoeft geen tekenwonder te zijn, iedereen kan het. Als je
het verhaal en de tekeningen al eens oefent, lukt het vrij
snel om het voor een groep kleuters te doen. Ook al zijn je
tekeningen niet perfect afgewerkt, de kinderen zijn steeds
enorm enthousiast.
Maak op voorhand goede afspraken; de kinderen mogen
enkel op de plastic slides tekenen met de speciale stiften.


Werken met de microfoon
Werken met de microfoon is iets wat wij ook bij nieuwe media genomen hebben,
omdat ook hierdoor je leuke resultaten bekomt en erg eenvoudig is. Zo kan je
een cd maken, tekst op een fotoverhaal plakken, geluidsopnames maken bij
filmpjes, ... Het enige wat je nodig hebt is een digitale dictafoon of een microfoon
die wordt aangesloten op de computer. Op je computer heb je enkel Audacity
nodig.
Wanneer je met een microfoon en geluidsopnamens werkt, kan je beter even wat
afspraken maken. Indien je deze niet maakt, zal de kwaliteit van de
geluidsopname niet optimaal zijn. Enkele mogelijke afspraken:
- Wanneer er wordt opgenomen, zijn de andere omstaanders stil.
- Degene die opneemt geeft een duidelijk signaal wanneer er wordt
opgenomen zodat iedereen dit weet.
- De microfoon wordt telkens uitgezet wanneer deze niet gebruikt wordt en
op een plaats gelegd zodat hij niet kan vallen.


donderdag 24/03/2010 bronnen rond invalshoek geluid: BLOGS

Dit zijn zeer interessante BLOGS. Hieronder volgen enkele ideeën die ik het leukst vind.

GELUIDEN
 
BLOGS:

IN ONZE HOEK :
-          Computer van de klas
-          Laptop van de KHL
-          Een camera om mee rond te lopen voor de kleuters
-          Een vaste observeer camera niet voor de kleuters
-          Een koffer met voorwerpen ‘geluiden’ erin
o   Kan uit de klas of thuis
o   GEEN MUZIEK !
-          Fototoestel
-          Dictafoon
-          Overheadprojecter
-          Beamer
-          Materialen dat je koppelt om te gebruiken


http://audiovisueelwerkenmet3jarigen.blogspot.com/2010/02/brainstorm-van-activiteiten-voor-in-de.html
ploffer de geluidskoffer

allerlei voorwerpen mee waarmee we zelf geluid kunnen maken. De kleuters mochten nu met de voorwerpen in de koffer geluidjes gaan maken. Ze mochten ermee experimenteren
De KO neemt op voorhand geluiden op en kls. raden waar deze vandaan komen
Een geluiden wandeling/tocht
Geluiden tekenen/beleven
De kleuters zelf foto’s laten trekken en deze dan laten bewerken'gekke foto
Foto van kls. trekken en dan uitknippen in paint en in een achtergrond plaatsen
foto van kl en versieren met tuxpaint

Cameraman/vrouw van de dag
° Geluid of foto van de dag
° Fotograaf van de dag
De kls bij hun thuis geluidjes laten opnemen via een dictafoon + briefje ouders
Een babbelbox
Vandaag hebben we een zen-dagje gehouden. De hele dag ben ik met kleine groepjes naar buiten gegaan om te luisteren welke geluidjes er allemaal te horen waren. Ze vonden dit heel leuk en ze beschreven de geluidjes heel duidelijk.
" Vertel eens welke geluidjes heb je gehoord?"
experimenteren met de overheadprojector en transparanten

Vb. boekjes,
geluiden kokertjes
Lotto
Memorie
          …
We zijn met een klein groepje kleuters samen in ons hoekje aandachtig gaan luisteren naar de verschillende geluiden die we konden horen in ons klasje.
Nadien hebben we die zelfde geluiden beluisterd met een dictafoon, een micro en een hoofdtelefoon. eerst met ons blote oor en nadien met de dictafoon, mirco en hoofdtelefoon+ verwoordden




bron voor film, beeld en geluid: Audiovisuele vorming bij 2,5 jarigen Ingebeeld of niet?

http://ingebeeld.jekino.be/ingebeeld1/media/eindwerk.pdf

Deze activiteiten vond ik interessant rond fototoestellen, camera's



Inleidend lesje: Hoe omgaan met een digitaal fototoestel, een filmcamera
Verloop:
De kennismaking met de toestellen moet niet in één les gebeuren. Je kan ze best
per lesje laten kennismaken met de toestellen.
Je legt aan de kleuters goed uit hoe het toestel werkt, je kan best een aantal
gekleurde stickertjes op de knoppen hangen die ze nodig hebben om te kunnen
filmen, te kunnen opnemen of om foto’s te maken.
Dit maakt het voor de kleuters iets makkelijker om de toestellen te kunnen
gebruiken.
Bij een filmcamera is het meestal een rode knop om te kunnen opnemen. Dat is de
belangrijkste knop die de kleuters moeten kennen.
Bij de fotocamera kan je ook een stickertje plakken op de knop om foto’s te
maken, dit is ook hier de belangrijkste knop die de kleuters moeten kennen.

Je geeft de kleuters bij ieder toestel de nodige uitleg. Als ze het toestel wat
kunnen hanteren, laat je ze experimenteren met de toestellen.
Je kan dan ook nadien de filmpjes die gemaakt zijn laten zien. Je kan een soort
bioscoopnamiddag houden.
De filmpjes kan je in het programma Windows movie maker, knippen en plakken.
Je kan er wat effecten aan toevoegen en een mooie titelpagina maken.

Fotocamera:
Wanneer je de kleuters een camera geeft, kan je best deze uitleg geven:
- Steek je handje door het touw dat aan de camera bevestigd is en trek dit
stevig aan (help de kleuters hiermee).
Zo zorg je ervoor dat de camera vasthangt aan hun arm.
- Hou de camera steeds met twee handen vast. Zorg ervoor dat je vinger niet
voor de lens zit.
- Zet je vinger al klaar op het knopje om foto’s te maken.
- Om foto’s te kunnen maken kijk je op het schermpje, zo zie je waarvan je
een foto trekt (de camera moet dus op het ‘fototoestel‘ staan).
- Wanneer je op schermpje ziet wat je wil vastleggen, druk je op het knopje
(bij sommige toestellen moet je het knopje langer inhouden, dit verschilt
van camera tot camera).

Filmcamera:
Wanneer je de kleuters een camera geeft, kan je best deze uitleg geven:
- Hang het lint van de camera rond je hals.
- Steek vier vingers van je rechterhand door het handvat, de duim laat je
erover zitten.
- Met de andere hand, hou je de camera ook nog vast (indien er geen statief
wordt gebruikt).
- Als er een statief wordt gebruikt, zijn bovenstaande stappen niet nodig.
- Doe het kapje van de lens.
- Om te kunnen filmen is maar één knop nodig, dit is (meestal) de rode knop.
Wanneer je op deze knop duwt, start het filmen. Om te stoppen met filmen,
druk je nogmaals op dezelfde knop.

Activiteit 2: Verschillende camerastandpunten
Verloop:
De leerkracht heeft een paar foto’s meegebracht, op die foto’s staan zowel
voorwerpen als mensen. Deze foto’s zijn vanuit verschillende camerastandpunten
gemaakt, de ene vanuit vogelperspectief, de andere vanuit kikkerperspectief en
natuurlijk ook gewone foto’s (recht vooruit getrokken).
De leerkracht laat de kleuters deze foto’s zien en vraagt wat er verschillend is
aan de foto’s. Om dit goed duidelijk te maken, is een persoon/een voorwerp
getrokken vanuit de drie verschillende perspectieven.
De leerkracht vraagt hen dan wie deze foto getrokken heeft: een vogel, een mens
of een kikker.
Ze krijgen drie handpoppen: de vogel, de kikker en een mens. Ze moeten de
bijpassende handpop bij het juiste perspectief omhoog steken.
Zelf aan het werk:

De kleuters mogen nu zelf aan het werk. De leerkracht geeft eerst uitleg aan de
kleuters hoe een camera werkt en hoe ze foto’s kunnen maken. Als het door
iedereen goed begrepen is, mogen ze in groepjes aan het werk. Ongeveer 2 à 3
kleuters per camera (de andere kleuters zijn bezig met hoekenwerk). De
leerkracht begeleidt de kleuters in het begin met het maken van de foto’s.

Wanneer de foto’s gemaakt zijn worden de foto’s bekeken op de laptop of
eventueel in het groot met behulp van een beamer.
De kleuters laten dan hun foto’s zien aan de rest van de klas en hierbij wordt ook
de opdracht gegeven om het perspectief van de foto’s te benoemen: vogel, mens
of kikker.
Hier kan ook gebruik gemaakt worden van de handpoppen, dit maakt het wat
speelser voor de kleuters.

Activiteit 1: Detail kijken (foto’s):
Verloop:
De leerkracht heeft een aantal foto’s van voorwerpen die van heel dichtbij zijn
getrokken. Foto’s van één detail van een voorwerp. Bijvoorbeeld: de oog van een
knuffel, een hoekje van de computer, een foto van het sleutelgat (van de deur),….
De voorwerpen komen uit de kleuterklas. En zijn dus door de kleuters gekend.
De leerkracht laat de foto’s zien en vraagt aan de kleuters of ze het voorwerp
waarvan de foto gemaakt is, herkennen. Als ze het herkennen, mogen ze in een
groepje (2 à 3 kleuters) het voorwerp gaan zoeken in de klas.
Zelf aan het werk:
De kleuters mogen nu zelf aan het werk. De leerkracht geeft eerst uitleg aan de
kleuters hoe een camera werkt en hoe ze foto’s kunnen maken (zie inleidend
lesje). Als het door iedereen goed begrepen is, mogen ze in groepjes aan het
werk. Ongeveer 2 à 3 kleuters per camera (de andere kleuters zijn bezig met
hoekenwerk). De leerkracht begeleidt de kleuters in het begin met het maken van
de foto’s. Wanneer de foto’s gemaakt zijn, worden de foto’s bekeken op de laptop
of eventueel in het groot met behulp van een beamer.
De kleuters proberen nu ook te herkennen waarvan de foto is genomen en gaan
het voorwerp zoeken.

Variaties:
Er kunnen heel wat variaties op deze activiteit gedaan worden, hi ervan enkele
voorbeelden:
- De activiteit kan ook buiten de klas gedaan worden, bijvoorbeeld foto’s maken
van voorwerpen die de kleuters vaak tegen komen op een bepaalde weg (naar de
eetzaal, naar de turnzaal,…).
- Men kan ook foto’s maken van lichaamsdelen, bijvoorbeeld een oog van een
kleuter, de voeten (schoenen), handen, bloes, broek,….

Activiteit 2: Welke muziek hoort erbij (bij een film maken gebruiken: geluiden)
Benodigdheden:
- Twee keer hetzelfde filmpje naar keuze, maar met andere muziek erbij
- Filmpje naar keuze zonder geluid (DVD)
- Muziekinstrumenten
- Alles wat maar geluid kan maken
- DVD- speler
- Televisie of een beamer en een groot wit doek
Verloop:
De leerkracht laat aan de kleuters twee keer dezelfde film zien, maar telkens
met andere muziek erbij. De ene keer is de muziek vrolijk en de andere keer is
het enge, droevige muziek.
De kleuters gaan zeggen welke muziek het beste past bij het filmfragment.
Bijvoorbeeld als het een filmfragment is waarop kleuters vrolijk aan spelen en aan
het lachen zijn, is het niet goed als er heel droevige muziek bij afgespeeld wordt.
De juiste oplossing wordt getoond aan de kleuters en wordt besproken, waarom
het nu juist die muziek is, hetgeen er allemaal gebeurt in het filmpje enz….
Zo kan het effect en het nut van muziek en geluid bij film besproken en
aangetoond worden aan de kleuters.
Zelf aan het werk:
De kleuters kunnen ook zelf, bij een stukje film zonder geluid, de bijhorende
muziek maken. Ze kunnen in groepjes werken, het ene groepje maakt twee soorten
muziek bij een filmfragment (blije en droevige/enge) en de andere groep moet
dan raden welke de juiste muziek is, die past bij de film.


Activiteit 2: Muziek bij film maken:
Benodigdheden:
- Filmpje naar keuze met geluid
- Filmpje naar keuze zonder geluid
- Muziekinstrumenten
- Alles wat maar geluid kan maken
- Opnamerecorder
- Tv of laptop om film af te spelen

De kleuters kunnen experimenteren met instrumentjes om het passende geluid te maken bij de
filmpjes. Ze beleven plezier met het passende geluid te zoeken.
Verloop:
De bedoeling van de activiteit is, om de kleuters het effect van geluid op film en
beelden duidelijk te maken. De rol die hierbij geluid heeft. Je laat de kleuters
een aantal filmfragmenten zien, waarin duidelijk het effect van geluid naar voor
komt.
Vervolgens laat je het filmpje zonder geluid afspelen. De film zonder geluid heeft
nu een heel ander effect. Je houdt een gesprekje met de kleuters welk effect
geluid heeft op beeldmateriaal.

Zelf aan het werk:
De kleuters mogen zelf geluid maken bij de geluidloze film. Er kan eerst even
geoefend worden. Daarna wordt het geluid dat de kleuters maken, opgenomen.
Ze moeten goed kijken, wanneer er welk geluid gemaakt moet worden. Vervolgens
wordt het opgenomen geluid afgespeeld samen met de film.

Voor deze activiteiten kunnen (teken)filmpjes naar keuze gebruikt worden. Je kan
de mute-knop dan aanzetten, als je de film afspeelt. De filmpjes van de doos
“INgeBEELD”, zijn hier ook bruikbaar voor.




bron: Eindwerk: een film voor en door kls (doel: een film maken met kleuters)

bron: N.Wilmus.(1999-2000)eindwerk een film door en voor kls.KHL DLO DIEST

VOOR DE FILM
1.Script: belangrijk!!!
een thema:ridders, prinsessen en kastelen
vertrekken vanuit:
-een boek: ridder Rikki
ko schrijft  hun  vertolking van verhaal neer.
Volgens auteur is een boek dat je zelf kiest of die de kls kiezen heb beste vertrekpunt is om een 1e keer een film te maken.
-idee of ervaring van de kls.
,niet te gebruiken als je een eerste keer een film maakt .
-fantasie
oudere kls
vrij fantaseren over ridders,prinsessen en kastelen.  Deze ideeën bundel je samen tot een verhaal. Belangrijk dat de KO structuur in verhaal brengt.
-toneelstuk filmen: podium en decor.

-film die je hebt gezien met kls
-vanuit een geluidsband rond geluiden in een thema ridder:
-zwaarden
-draken: vuurspuwer
-geluid van een harnas: helm die toevalt
-kastelen geluiden: deur die dicht slaat, wapperende vlag, …
-paarden geluiden: galopperen,…

Wie doet wat in een film?
-aandachtspunten:
genoeg mensen om mee te werken
goede rolverdeling voor en achter de camera

ACHTER DE CAMERA
set= plaats waar alles gefilmd wordt.
goed aanduiden wat in het beeld valt en wat niet in het beeld valt
à moeilijk voor kls
oplossing: lijnen op de grond tekenen waarbinnen de acteurs mogen bewegen.
               camera een vaste opstelling geven (statief)
crew= mensen die ter beschikking staan van de director en de acteurs.
           Samenwerken: je werkt allemaal rond 1 project dan in groepjes en dan weer met heel de klas.
cameraman=filmen van het script
in de kleuterklas: twee kls die goed met elkaar opschieten.1 cameraman en 1 director. KO leidt beiden.
Beste werken met een statief en een camera. Dit op een vaste plaats.--> zo is het makkelijker voor de cameraman(kl) om op tijd de starten en te stoppen met filmen.
à de cameraman (kl) de acteurs laten volgen maar nog met eens statief.-->na veel oefenen: filmen uit losse hand en naar de acteurs toegaan
en close-ups maken.
geluidsman: =met een micro het geluid opnemen
scriptgirl=secretaresse van de regisseur. Bijhouden welke shot het is in welke scene.
materiaal=alles wat nodig is dat geen acteur is of lid van de crew. Alles wat een acteur of crew nodig heeft om te filmen. Vbn.camera’s, opnamestudio,…
Licht: is belangrijk om een sfeer op te wekken. Daglicht=goed
 in de klas: de ‘flits’ van de camera opzetten.
geluid= geluid gebruiken of weglaten?  Het brengt spanning en ontroering.
geluidsband: opnemen in een studio
camera= oog waar alles door bekeken wordt. Digitale camera’s zijn de beste!
camera bewegingen:
-PAN en TRUCK: links en rechts bewegen
-TILT/PED: op en neer bewegen
-DOLLY: vooruit en achteruit
decors: = inrichting en aankleding toneel
- 3D plaats= echte plaats
-een reële plaats nabouwen
-schermen en doeken
in de klas: geen overweldigend decor
acteurs:
in de klas:
-meestal hebben kinderen  een spontaan omgaan met de camera.
-zijn het gewoon om rollenspel te spelen
-makkelijk in een situatie inbeelden
-hebben verbeelding en niet zo gebonden aan ruimte en tijd,
ze maken sprongen in de tijd/ruimte en hier niet verbaasd over zijn. Hiermee rekening houden.

regie: regisseur=director= persoon die het geschreven script heeft om een beeldverhaal mee te maken. Deze zorgt ervoor dat alles goed verloopt op de set.
in de kleuterklas:
-iemand kiezen die graad de leiding neemt en waarvan je weet dat hij alles vooruit laat gaan en iedereen aan het werk zet.
-een stiller zwijgzame kl. nemen
à mogelijkheden ivm spreekangst / expressie.
-praten en ideeën  en plannen meedelen.
KO helpt en moedigt hierin aan.
grimmen en kostuums:
kledingstukken van de acteurs
zo kom je te weten in welke periode hij leeft, waar hij leeft,…
Inleven in personage is belangrijk!
in de klas:
-hun zelf laten zijn
-kostuum laten aandoen + schminken
-zelf iets laten maken
-masker
 montage:
montagesofware op pc: windows moviemaker
1st alles filmen en dan monteren

distributie en promotie

NA DE FILM
vormen van aanbreng voor de kls:
-op dvd zetten
-computer aansluiten op TV
filmzaal: in een echte zaal de film afspelen
in de klas:
een zaal of de klas om toveren tot een bioscoop
-posters maken, zaal inrichten, drankjes maken, tickets maken en verkopen,
zelf popcorn maken,…
vertellen

de film wordt afgespeeld en de kls moeten het verhaal vertellen.
het werkt  hetzelfde als de kls laten vertellen adhv  prenten.
reflecteren adhv de bovenstaande ideeën.

Vormen van aanbreng voor de ouders:
posters:  kls maken posters en brieven rond de vertoning van de film voor de ouders
wat komt erop: titel, tijdstip,wie gemaakt en reden vertoning
uitnodigingen:
zie posters
klas of zaal:
klas of zaak inrichten als filmzaal en /of de klas inkleden volgens thema van de film.
inkleden: prenten van acteurs, doeken, linten,…
participatie ouders:
de ouders richten de filmzaal in of de de zaal met de drankjes,…
Je kan ook beroep doen op ouders die in een drukkerij werken of ouders die drank verkopen,…
Vormen van aanbreng voor de leerkrachten:
bekendmaken:  adhv affiches, uitnodigingen,…
zaal of klas:
je kan een dvd van de film in het leraarskamer leggen zodat elke leerkracht de film met haar kleuters kan kijken
voorbeeld video:
 je kan film ook gebruiken voor te observeren
er op letten dat de kls hun gedrag kunnen veranderen als er een camera in de klas komt
deel van het project:
samenwerking tussen verschillende klassen: met alle klassen samen filmen of elke klas heeft een aparte taak en op het einde wordt alles bijeengevoegd. 
Een voorbeeld van de laatste samenwerking: groep zorgt voor decor en kostuums zorgen, een andere voor de zaal, en een andere voor de film.
promotiefilm
als visitekaartje van de klas. beroep doen op de kls zelf! Dit kan binnen en / buiten de school.
binnen school
naar buiten toe
schoolfeest/ opendeurdag:


naar derden toe:
om iemand een plezier te doen
project:
2,5j: beperkt en duidelijke werkvorm met een duidelijke rode draad.
 minder gericht op eindresultaat, meer aandacht op doen en bezig zijn met materiaal
5J: duidelijk doel voor ogen hebben. En een moeilijker verhaal filmen.  

-Je kan groepen maken volgend leeftijd en elke groep heeft een taak.Elke groep werkt aan een aspect van de film.          
-preventie filmpje maken: vb. veilig oversteken, wat moet ik doen als er brand is,…
-tentoonstelling:

Voorbeeld: van een project:
Vooraf aan het project:
1.een scenario voor de film: dit was een verhaal/boek.
 boek herschrijven om er een script van te maken. 2 ideeën: boek racisme en BC Sint in verwerkt.
zien hoeveel acteurs je nodig hebt en hoeveel leden voor de crew en dit vergeleken met aantal kls in de klas.
2.De kls zelf hun rol laten kiezen
3. Een blad maken met al het materiaal dat je nodig hebt
à adhv het script!
je gaat per scene na wat je nodig hebt: licht, decor, kostuums, attributen,..  à visueel voorstellen (noteren+ tekening erbij)
!zien dat je genoeg materiaal hebt! Extra camera, extra batterijen,
4. Locatie/decor: op voorhand al enkele suggesties van locaties te hebben.

Tijdens project:
weekschema met introductie met de camera en dan een week om de film te maken.
Eerste dagen
1. Introductie camera
2.script aanbieden: zien wat de kls er van vinden en wat ze er mee willen doen?
   verhaal voorlezen en ze het laten navertellen.
3. Rollen verdeeld door de kls zelf te laten kiezen.
4. Een deel van het verhaal vertellen en de kls moeten het uitbeelden.
5; Op einde van de dag toneel spelen van verhaal.

Volgende dagen: maken van decors en kostuums :
maken van decor: panelen die aangeven waar de scènes plaats vond
vb. boom voor het bos, trein voor station,… voor de rest kls vrij gelaten. De kls hebben zelf de trein en de boom mogen knutselen.

klankband: kls kiezen eenvoudige instrumenten en maken ze ook.
voor elk instrument een geluid uit de film gezocht. Vbn.houtblok en kokosnoot=voetstappen van Piet en het paard. Dit deden een paar kls. de kls met de instrumenten stelde zich op rond de geluidsman. Die de micro bediende.

1 dag (donderdag) om te filmen.
à vrijdag over als er iets fout was gegaan.
EXTRA  dag is goed. Meestal moet je wel wat scènes opnieuw doen.